Niet-concurrentiebeding in zelfstandige samenwerkingsvormen

 

U wil een samenwerking aangaan met een zelfstandige dienstverlener. In deze soort overeenkomsten wordt standaard een niet-concurrentiebeding opgenomen. Het is echter belangrijk om dit niet-concurrentiebeding nauwkeurig op te maken, zodat dit ten allen tijde als een geldig beding wordt aanzien. 

Bij werknemers wordt het niet-concurrentiebeding geregeld in de arbeidsovereenkomstenwet en gelden strenge geldigheidsvereisten. Voor zelfstandigen is er geen wettelijk kader voorzien, en heeft de opdrachtgever meer vrijheid. Wanneer zou blijken dat de clausule niet-geldig is, kan de dienstverlener in het slechtste geval met uw cliënten gaan lopen, of u rechtstreeks concurrentie aandoen. Het is dus zeker nuttig om even stil te staan bij de opmaak van een geldig niet-concurrentiebeding. We zetten de aandachtspunten even op een rij. 

 

Precontractuele informatieverplichtingen

Vooreerst het is van belang bij commerciële samenwerkingsovereenkomsten om de precontractuele informatieverplichtingen in acht te nemen. Het Wetboek van Economisch Recht legt de verplichting op, om dit uiterlijk één maand voor aanvang van de samenwerking in orde te brengen. 

Deze informatieverplichtingen hebben tot doel dat de dienstverlener weet wat de belangrijkste contractuele bepalingen inhouden, zodat hij een correcte beoordeling kan maken aangaande de toekomstige samenwerking. Het niet-concurrentiebeding is zo een contractuele bepaling die onder de hier bedoelde informatieverplichting valt. Het is dus reeds in deze fase van belang om hieraan te voldoen, zoniet kan de dienstverlener bij niet-naleving van deze precontractuele informatieverplichtingen,  één clausule, dan wel de hele overeenkomst laten nietig verklaren (dit laatste kan wel maar gedurende twee jaren vanaf het sluiten van de overeenkomst).

 

Geldigheid niet-concurrentiebeding: 3 voorwaarden 

Om een geldig niet-concurrentiebeding op te maken, dient worden voldaan aan drie vereisten. We lichten dit even verder toe:

 

1.    Beperking in de tijd

De achterliggende reden hiervoor is dat ervan wordt uitgegaan dat een bijzondere relatie met cliënteel werd opgebouwd. Deze beperking dient proportioneel te zijn. Zo kan een termijn van 2 jaar als redelijk worden aanzien, maar is een beperking van 17 jaar onredelijk.

 

2.    Beperking in de ruimte

Wat betreft de beperking in de ruimte wordt hier de bedoeling gehanteerd dat de regio waar u met uw bedrijf werkzaam bent, kan worden gevrijwaard. Met als doelstelling rechtstreekse concurrentie tegen te gaan. Er dient echter een concrete omschrijving gegeven worden, bijvoorbeeld binnen een straal van 15 KM van de vennootschap. Hoe deze invulling concreet dient te gebeuren zal afhangen van sector tot sector. 

 

3.    Beperking qua activiteit

De derde voorwaarde is de beperking qua activiteit, hierbij moet rekening gehouden worden met de door de dienstverlener uitgeoefende activiteit. Het is dus van belang de activiteit nauwkeurig en zo waarheidsgetrouw te omschrijven. Deze voorwaarde kadert in het principe van de vrijheid van ondernemen, immers een al te brede omschrijving van de activiteit kan het bovenstaande principe in het gedrang brengen.

Twijfelt u of de door u opgemaakte overeenkomst voldoet aan bovenstaande voorwaarden, of bent u een dienstverlener die een dergelijke clausule krijgt voorgeschoteld? Mint Advocaten kan u steeds bijstaan bij de opmaak of advisering van dergelijke clausules.

Blijf steeds op de hoogte en volg onze updates via Facebook en LinkedIn
 

CONTACTEER ONS